marcinindonesia


2 Comments

EEN LAATSTE DAG IN JAKARTA

Maandag 14 november 2016. De laatste dag is aangebroken.  Vandaag gaan wij het centrum verkennen. Maar heel snel stellen wij vast dat niet enkel musea, maar ook alle parken gesloten zijn. Pech dus om op het Medan Merdeka het Monumen Nasional of de Monas van dichtbij te bewonderen. Deze pilaar van 137 meter hoog staat op een vierkant platform en heeft een structuur van staal en beton en is bekleed met marmer. Hierboven staat een gebeeldhouwde vlam die bekleed is met goud. Liefst 35 kg van dit goedje werd hiervoor gebruikt. Het platform staat symbool voor de yoni, het vrouwelijk geslachtorgaan terwijl de zuil de lingam of het fallussymbool voorstelt. Het geheel stelt de vereniging tussen man en vrouw voor, een hindoe-concept. De vlam staat symbool voor het vuur van de onafhankelijkheid van Indonesie. Wij stappen verder naar de Mesjid Istiqlal of de gigantische marmeren moskee van Jakarta. Deze werd pas in 1978 in gebruik genomen. De architect is de katholieke architect Silaban. De moskee heeft 5 verdiepingen welke de vijf pijlers van de islam symboliseren. De kathedraal, de Gereja Kathedral werd in 1901 gebouwd door de architect Hulswit. Ze is neo-gotisch en de twee torens zijn voorzien van gietijzeren torenspitsen. Wij lopen nu verder naar het Gedung Kesenian, de toenmalige stadsschouwburg van Batavia die in 1821 in empirestijl gebouwd werd. Het gebouw werd in 1987 gerestaureerd en fungeert nu als tentoonstellingsruimte. Ook films worden er vertoond. Wij steken nu de drukke straat over en wandelen door de poort van de Passer Baroe, of de nieuwe markt uit 1820. Het is het oudste winkelcentrum in Jakarta. Best leuk omdat het nog niet druk is. Vervolgens lopen wij langs het Witte Huis in empirestijl waarvan de bouw in 1809 gestart werd om in 1828 klaar te zijn. Hiernaast staat de Mahkamah Agung of het hooggerechtshof uit 1848. Dit gebouw is bijzonder groot. Nadat wij het hoekje omgewandeld zijn zien wij het Gedung Pancasila uit 1829 in neoclassicistische stijl. Het fungeerde als woonplaats voor de bevelhebber van het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (de KNIL). Na 1918 vergaderde hier de Volksraad tot aan de onafhankelijkheid van Indonesie. Op het 4,5 ha grootte plein, het vroegere Waterlooplein, nu Lapangan Banteng geheten, staat ook standbeeld van de bevrijding van West Irian. (Monumen Pembebasan Irian Barat) dit bronzen standbeeld van Tim Pematung Keluarga Yogyacarta Are stelt een persoon voor die bevrijd is van de ketens van het Hollands kolonialisme. Het werd ingehuldigd in 1963. Wij gaan nu verder naar de Immanuel kerk. Deze kerk in empire stijl werd in gebruik genomen in  1839 onder de naam van Willemskerk. Wij keren nu terug langs een andere weg en lopen langs het 1 km2 grote Medan Merdeka dit is niet te verwarren met het centrale park van Jakarta dat genoemd is naar het centrale park in New York. Zo wordt Jakarta ook The Big Durian genoemd naar analogie met The Big Apple. Maar in het Medan Merkeka lopen ook herten rond. Wij lopen nu verder en lopen langs het Patung Kuda Arjuna Wiwaha, een standbeeld van Arjuna en Krishna in het Mahabharata Monument. En even later stappen wij het restaurant Beautica binnen. Hier hebben ze bier! Wordt dus eventjes dorst lessen. Maar nu is het echt voorbij. Wij treuzelen nog langs een alfamart, een lokale superette waar wij een ijsje kopen en keren dan terug naar ons hotel. De bagage uit de lobby gehaald, het is inmiddels 17 u geworden, een taxi van bluebird genomen (betrouwbare maatschappij) en dan naar Soekarno-Hatta International Airport. Wij doen er een uurtje over. Maar nu is het echt voorbij. Om elf uur komen wij in het grauwe, koude, mistige en regenachtige Zaventem aan. Dan is het 17 u in Jakarta. Daar zal het zonnig en broeierig warm geweest zijn. Ik zal het missen. Vooral de spontane glimlach van de mensen en het spontane regelmatig klinkende: “He mister, how are you?”

marc


1 Comment

OVER JAKARTA EN BATAVIA

Zondag 13 november 2016. Gisterenmorgen na het uitgebreide ontbijt (continentaal en Indonesisch – misschien wel veel, maar best lekker; zeker ook de pannenkoekjes met blauwe vruchtenstroop!) nog eens gaan zwemmen in het zwembad. Kwestie van het teveel aan calorieën van het ontbijt op een aanvaardbare manier onder controle te proberen houden. Daarna gaan wij op weg naar het Taman Rekreasi Gua Monyet Kupang. Het is eerst klimmen langs een aardeweg, dan lopen wij voorbij het Sasando Hotel en even verder ligt het park. Een man zegt dat er massa’s apen zitten en er wordt 20.000 IR ingang gevraagd. Veel te veel voor een domein waar wij veel twijfels over hebben gezien wij geen enkele aap aan de ingang zien. De prijs zakt tot 10.000 en hiervoor stappen wij wel binnen. De man aan de ingang gaat ons voor en geeft aan 5 apen in een kooi elk een banaan. En hiermee houden de apenontmoetingen op. Wij zien wel nog een tweetal uitgehouwen grotten met uitgehouwen zitbanken, een overblijfsel van schuilplaatsen van de Japanse soldaten uit de Tweede Wereldoorlog. Verder staan in het park overal picknicktafeltjes, waarvan bij sommigen het tafelblad verdwenen is. Het geheel is vrij verwaarloosd. Ook grenst dit 2 ha grote domein aan bewoonde hutjes, waarvan ik denk dat sommigen zich al binnen het domein bevinden. Hierna gaan wij nog een drankje drinken in het restaurant Taman Laut Handayani; een zuurzak en een guavedrankje en hierna nog een biertje. Het vochtverlies door het zweten moet immers ook op peil gehouden worden. Om een uur nemen wij de gratis shuttle van het hotel naar de luchthaven. Wij vertrekken met de vlucht van Sriwijaya Air om 14u 55 met een tussenstop in Surabaya naar Jakarta waar wij om 17u 50 aankomen (wel een uur bijrekenen – dus de vlucht duurt bijna 4 uur.) In Jakarta willen taxichauffeurs ons meteen naar de stad voeren voor 250.000 IRP, een veel te hoge prijs. Wij schuiven aan bij Blue Bird, een betrouwbaar taxibedrijf. En voor 150.000 IRP worden wij naar het Favehotel Tanah Abang – Cideng gevoerd. Omdat het al laat is, eten wij in het hotel. Vanuit onze kamer zien wij het 132 meter hoog nationaal monument, waarvan de voet blauw verlicht wordt en de top fel geelwit.

Deze morgen zijn wij eerst naar de Pusat belanja Blok A Tanah Abang gewandeld. Hier toch twee kleurrijke hemdjes gekocht. Dan terug naar het hotel en wij besluiten om naar de oude haven te vertrekken. Het is inmiddels bijna elf uur geworden en wij nemen een taxi naar Sunda Kelepa. De taxichauffeur rijdt mijn inziens ietwat rond, maar uiteindelijk  worden wij toch aan de ingang van de oude haven afgezet. Hier lopen wij langs de kade waar nog heel wat schepen gemeerd liggen voor vervoer van goederen naar het binnenland. Een gids probeert ons een boottochtje aan te smeren, maar wij bedanken hiervoor en gaan op weg naar het museum Bahari. Eerst lopen wij langs een waterzuiveringsmachine, waar drijvend vuil uit het water geschept wordt. Iets verder staat dan de uitkijktoren uit 1839 aan de ingang van het museum. Deze wordt nog gerestaureerd. Enkele oude pakhuizen staan op instorten, maar het museum Bahari werd gehuisvest in enkele gerestaureerde pakhuizen van de VOC (Vereenigde Oost-Indische Compagnie (1602 – 1800)). De oudste pakhuizen dateren zelf uit 1652. Het museum zelf geeft een mooi overzicht van de haven en handel vanuit Batavia (Jakarta) in het verleden. Ook liggen er een aantal boten. Er zijn ook met poppen taferelen uitgewerkt over zeelegendes, waaronder de Vliegende Hollander. Verder ook nog met de grote ontdekkingsreizigers, waarbij onze noorderburen een flinke bijdrage leveren. In een ander pakhuis is een Chinees restaurant gevestigd, dus tijd voor een biertje in het bierarme Jakarta. De lucht betrekt maar wij lopen nu verder naar de Chicken Market Bridge, vroeger de hoenderpasarbrug genoemd, omdat er vroeger vlakbij een heel drukke kippenmarkt was. Het is de enige brug uit het verleden die er nog rest en ze doet erg Hollands aan. Verder komen wij op het plein voor het Museum Sejarah Jakarta, dat gevestigd is in het vroegere stadhuis van Batavia. Op het plein is het een drukte van jewelste. Mensen rijden hier rond op kleurrijke fietsen en met kleurige hoeden of tropenhelmen op. Wij worden voortdurend aangeklampt door groepjes jongelui die ons vragen stellen om hun Engels te testen. De antwoorden worden via hun smartphone bijgehouden. Na enige tijd bedanken wij ervoor want de lucht begint driegende proporties aan te nemen. En inderdaad, als wij ter hoogte van het treinstation van Jakarta komen openen de hemelsluizen zich volledig. Wij schuilen aan een bushalte, maar veel helpen doet dat niet, nat worden doen wij toch. Het voelt aan alsof ik met kleren aan onder een goed stromende douche staat. Even verder staat een tentje en daar lopen wij heen om toch uit de regen te zijn. Gelukkig zijn mijn Lonely Planet en mijn fototoestel nog droog. Het regent zelfs in die mate dat de straten blank komen te staan. Na een dik halfuur is het ergste gelukkig voorbij en kunnen wij verder. Nog even geshopt in een hypermarkt op zoek naar kruiden, maar veel vind ik niet. De lucht begint alweer grijs te worden en wij gaan nu op weg naar het Plaza Hotel. Het begint al weer te regenen en gelukkig bereiken wij het hotel voor het echt begint te regenen. Hier moeten wij door de scan en ook onze draagzakken worden gecheckt. En dan gaan wij naar boven. Eerst naar de 46ste verdieping en dan nog verder naar de negenenveertigste etage, waar een lounge gevestigd is met open terras en prachtig overzicht over de stad. Ik zie het onweer naderen maar het uitzicht is gewoonweg overweldigend. Wij bestellen hier een biertje, en nu geven wij toe: wij bestellen een Heineken. Tja het is hier happy hour en wij krijgen immers bij een Heineken een tweede pint gratis en een gevulde taco erbovenop. Een achttal meisjes in het wit gekleed houden hier hun vrijgezellenavond. De obers zijn druk in de weer om foto’s te trekken van de dames. Ook nu begint het te gieten en de opengeklapte ramen worden dichtgedaan. Wij bestellen nog een biertje, want het is echt geen weer om een hond door te jagen, en eenmaal een nat pak per dag is mijns inziens ruim voldoende, temeer omdat mijn broek en kousen nog behoorlijk nat zijn. Maar vertrekken doen wij toch, regen of geen regen. Uiteraard dan met een taxi, want intussen is het ook al donker geworden. Als laatste avondmaal gaan wij uit eten bij de Thai naast het hotel, het Suan Thai restaurant. Het valt reuze mee, want ik bestel een niet pikant soepje. Het is nu echt bijna afgelopen, want morgen keren wij terug naar huis. Hopelijk valt morgen niet in het water.

marc


1 Comment

EEN DAGJE NAAR NONE

Vrijdag 11 november 2016. Om 7u na het ontbijt vertrekken wij met Lucas onze chauffeur en Augustino onze gids op weg naar None. Een 12 km buiten Kupang stoppen wij een eerste maal om de verschillende gekweekte gewassen van nabij te bekijken. Wij zitten hier in de groententuin van Kupang. Het boerenwerk geschiedt hier nog echt manueel. Een vrouw maakt met een stok gaten in de grond om nieuwe groenten te poten. De boeren staan hier ’s morgens om drie uur op om de groenten op tijd voor het ontbijt in Kupang te krijgen. Wij rijden nog enkele kilometers verder en stoppen waar er zout verkocht wordt lang de kant van de weg. Wij gaan eventjes binnen bij een zoutverkoper. Het natte zout wordt uit de zee geoogst. Deze loogoplossing wordt verwarmd tot het water uitgedampt is. Hierna wordt het zout op een doek gelegd om nog verder uit te lekken. Het zout wordt dan ofwel in grote zakken van 40 kg verpakt, ofwel in kleine zakjes verpakt en die worden dan aan de kant van de weg verkocht. Wij rijden verder naar Oebelo, waar wij een shop waar ze artisanaal sasando’s maken, bezoeken. De sasando is een soort plaatselijke harp met 28 of 56 snaren, gespannen op een bamboustengel en die met beide handen bespeeld wordt. Als resonantiekamer worden gedroogde lontarpalmbladeren (Borassus flabellifer) gebruikt. Eerst krijgen wij door een oude man enkele traditionele liedjes te horen en hierna speelt een jongen op de sasando met een versterker enkele liedjes van Clapton, de Beatles, en zelfs wat klassiek. Het lijkt mij een moeilijk bespeelbaar instrument te zijn. De volgende stop is bij een plaatselijke stokerij. Hier laat men het sap van palmbloemen, samen met takken en kruiden, gisten. Het gefermenteerde sap wordt in een metalen ton gegoten en deze wordt verwarmd. Via koperen buizen die in een bad met koud water lopen, druppelt de vloeistof in een recipient. Ik krijg een glas van het goedje aangeboden. Best krachtig spul, en lekker bovendien. Ik krijg als geschenk zomaar een flesje mee. Wij nemen afscheid en rijden verder naar Soe, dat op een 110 km van Kupang ligt. Hierna is het nog even verder doorrijden naar None. Onderweg houden wij nog even halt om de vallei van de Mina rivier te overschouwen. Ook even aan een plaats waar de grond vrijgemaakt werd om aan landbouw te doen. Het braakliggend land wordt met een omheining afgesloten tegen dieren en bij de start van het regenseizoen wordt alles aangeplant. Gedurende drie jaar wordt de grond gebruikt en nadien weer verlaten. Wij bereiken nu None. De structuur van de hutten is hier totaal anders dan wij tot nu toe al gezien hebben, ze hebben de vorm van een bijenkorf. De deuropening is maar een meter hoog, het wordt dus flink bukken om binnen te komen. Alles is hier zwart van het roet. Ook hier zijn de mensen gastvrij en vriendelijk. Even verder staat naast een hut die duidelijk recentelijk een nieuw strooien dak kreeg, de overdekte vergaderplaats van de dorpsoudsten. Hier worden de gemeenschapsbeslissingen genomen. Iets verder staat de offerplaats waar ook dieren geofferd worden om een goede oogst te bekomen. Voor de vroegere oorlogsvoering werd als voorspelling een ei op een lans gebracht. Als het ei brak en de kleur was geel trok men op oorlog, was de kleur echter rood, betekende dit dat zij de oorlog zouden verliezen en startten zij de oorlog niet. None is ook het laatste Timorese dorp waar nog aan koppensnellerij gedaan werd tot in 1945. In de verte is het intussen onheilspellend aan het rommelen. Wij keren nu terug en houden halt aan een plantage van salak of slangenvruchten (Salacca zalacca). Ook kokospalmen worden hier gekweekt voor gebruik van vet. Hiervoor wordt het kokoswit fijn gemaakt en vervolgens geperst. Verder onderweg naar Soe valt echt op hoe de lokale bevolking een nieuw, meestal stenen huis heeft, maar hierachter nog de traditionele bijenkorfhut gebouwd heeft. Wij lunchen in Soe en rijden dan door naar Kupang. Het moet hier flink geregend hebben, want geregeld rijden wij door grote plassen. Even rond halfvijf bereiken wij ons hotel. Nadat wij eventjes de plaatselijke vismarkt bezocht hebben, een biertje gedronken hebben ga ik nog even zwemmen. Morgen vertrekken wij naar Jakarta.

marc

 


1 Comment

OVER EEN OUD KERKHOF EN EEN MUSEUM ZONDER PERSONEEL

Donderdag 10 november 2016. Iets na 9 uur, wanneer wij Kupang willen ontdekken, komen de chauffeur van gisteren en een man naar ons toe. Zij komen met ons afspreken. De man, een gids komt met ons zijn reisplan voorstellen. De prijs bedraagt 1.500.000 voor de wagen met chauffeur en 600.000 voor de gids. Na onderhandelen brengen wij de prijs terug naar 1.100.000 IRP voor de auto en 500.000 IRP voor de gids. Zij willen absoluut nog vandaag vertrekken, maar dat zien wij niet zitten gezien het late uur. Wij zullen dan morgen naar Soe reizen. Even nog willen zij met ons Kupang verkennen, maar de 500.000 IRP vinden wij wat prijzig en wij zullen alles per bemo (busje) verkennen, wat flink wat goedkoper is. Eerst rijden wij naar Jalan Pahlawan, naar het Nederlandse koloniale kerkhof van Kupang. Voor 6.000 IRP rijden wij erheen en dan wordt het nog eventjes stappen. En ja hoor even verder, zien wij een oude legerbasis waar vroeger het Hollandse fort Concordia was en iets verder ligt langs de zeekant het oude verwaarloosde Nederlandse kerkhof. Hier blijven wij een tijdje ronddolen. De Nederlandse graven dateren van eind achttienhonderd tot uiterlijk in de jaren 1940. Onder een brandende zon verlaten wij het kerkhof om even verder de oude haven van Kupang te bezichtigen. Hier stoppen wij aan een bar op de zeedijk en bestellen een biertje om onze dorst te lessen. Van de oude haven is niet veel te zien en in de zee liggen een drietal schepen van Australiers weet ons het meisje achter de bar te vertellen. Wij nemen nu opnieuw een bemo, maar dan in de andere richting, rijden voorbij het Hotel On The rock en stoppen een eind verder aan de Jalan Palau Indah, om het Museum Negeri Nusa Tenggara Timur te bezoeken. Maar google world heeft het ietwat mis gelokaliseerd met als resultaat nog een flink eind stappen. Maar uiteindelijk vinden wij het wel. Aan het loket zit er niemand en na enkele minuten wachten geef ik er de brui aan en stappen wij het museum binnen. Het is geen hoogvlieger maar best interessant. Wij verlaten het museum zonder iemand te zien (en dus ook niet te betalen) en zetten de terugweg aan naar het hotel, dat waarschijnlijk niet zo ver meer is. Wij nemen enkele straten richting de zee. Eventjes wel tweemaal gestopt aan een lokaal winkeltje om onze vochtbalans ietwat in evenwicht te kunnen houden, want het transpireren levert een kletsnatte T-shirt op en ook af en toe brandende ogen van zweet dat in de ogen loopt. Maar de prognose was juist en wij zien ietwat verder het hotel liggen. Nog even op de kamer gezeten en rond vijf uur naar het zwembad. Ook de lokale jeugd heeft toegang tot het zwembad maar dat belet mij niet om nog even enkele baantjes te zwemmen. Hierna gaan wij even naast de deur, in het restaurant Taman Laut Handayani, met de betere Indonesische keuken en met ook frisse grote biertjes, wat ook een niet onbelangrijk gegeven is. Het is hier best lekker, beter dan gisteren in het hotel. Morgenavond komen wij hier zeker terug. Maar eerst gaan wij op uitstap.

marc


2 Comments

VAN FLORES NAAR TIMOR

Woensdag 09 november 2016. Gisteren een dagje Maumere. Na het ontbijtbuffet werd het een voormiddag rond en vooral in het zwembad van het hotel vertoeven. Wij ziin hier alleen. Het water is lauw en leuk is dat je hier niet transpireert, maar anderzijds is de zon hier ook ongenadig met een uv-index van elf. Resultaat is dat ik, niettegenstaande ik zoveel mogelijk de schaduw opzoek, na enige tijd qua kleur op een gekookte kreeft begin te lijken. Insmeren dus en tegen de middag de frisse kamer opzoeken. Hier kan ik nog even informatie over ons volgende reisdoel, West-Timor, opzoeken. Om 16u 30 gaan wij naar de ingang van ons hotel. Hier hebben wij afgesproken met Rino om ons naar het Coconut Beach Resort te voeren. Het wordt eventjes rijden. De locatie is erg mooi gelegen aan de zee, maar afgelegen en duidelijk op strandvakanties gericht. Wij blijven hier dineren. De spijskaart is eerder beperkt, westers gericht en iets duurder dan gemiddeld. Maar het smaakte wel. Intussen is het goed donker geworden en rijden wij terug naar ons hotel.

Deze morgen na het ontbijt hetzelfde ritueel als gisteren: na het ontbijt een verfrissende duik nemen in het zwembad. Daarna onze twee laatste overheerlijke mango’s gegeten, bagage ingepakt, waarbij ik een aantal zaken uit mijn rugzak haal om als handbagage te fungeren, gezien het gewicht per persoon slechts 15 kg mocht bedragen en dan maar wachten tot halfelf, wanneer Rino ons komt halen om ons naar de luchthaven te voeren. Het is maar 10 minuutjes rijden. Aan de balie kunnen wij onmiddellijk inchecken: er is niemand en er zijn drie balies open. Het gezamenlijk gewicht van de bagage bedraagt vijf kilogram te veel, maar dat is geen probleem. Wij krijgen water en een pakje koekjes mee voor onderweg. Het vliegtuig is een half uur te laat en de vlucht duurt een goed halfuur. Wij worden op de luchthaven van Kupang opgewacht door de gratis shuttledienst van het hotel On The Rock en even later komen aan in het hotel. Nu even uitkijken om vervoer naar Soe en none te organiseren. In het hotel hebben ze wel vervoer, maar de chauffeur spreekt geen woord Engels. ’s Avonds om 7 u zal een gids hem vergezellen. Dan maar op internet verder gekeken. Wij zijn intussen ook eventjes te voet naar Lavalon geweest. Hier bedraagt de prijs 1.500.000 voor de wagen en 300.000 voor de gids. Gezien wij zweten als paarden drinken wij hier een biertje en nemen dan een busje terug naar ons hotel. En maar wachten en maar wachten op de chauffeur en de gids die niet komen. Morgen zullen wij de omgeving verkennen en vrijdag gaan wij dan op tocht. Wij willen dan een of meerdere traditionele dorpen zien (None), Oebelo waar ze sasando’s maken en Tarus waar laru, een lokaal likeur gemaakt wordt.

marc


1 Comment

OVER KELIMUTU EN MAUMERE

Maandag 7 november 2016. Om vier uur vertrekken wij met de auto naar de 1640 meter hoge Gunung Kelimutu. Het is nog volop duister en vrij snel verlaten wij de hoofdbaan om een naar omhoog slingerend smal baantje te nemen. Gelukkig hoef ik het aantal haarspeldbochten onderweg niet te tellen. Na een half uurtje rijden bereiken wij de ingang van het Kelimutu National Park. Hier betalen wij 150.000 IRP de man en 10.000 IRP voor de auto, en dan kunnen wij verder rijden tot aan de parking. Van hieruit gaat het te voet verder. Het pad ligt er goed bij en er zijn zelfs gemetste trappen. Heel wat beter dan aan de Gunung Ijen. Aanvankelijk is het nog donker en moeten wij met een licht op stap, maar wanneer wij de vulkaan naderen heeft de schemering al flink ingezet. In het duister ontwaar ik twee meren, de Tiwu Ata Bupu of het meer van de oude mensen, en de Tiwu Nuwa Muri Koo Fai waar de ziel van de jongeren naar toe gaat. Even later ontwaar ik in het duister het derde meer, Tiwu Ata Polo of het meer voor de boosaardigen. Wij zijn hier samen met nog twaalf andere toeristen. Ook enkele gidsen en plaatselijke venters zijn hier. Maar het wordt uitkijken naar de zonsopgang. Gewoonweg subliem. Dit beeld blijft voor altijd op mijn netvlies gebrand. De twee naast elkaar gelegen meren varieren in groen, Tiwu Ata Bupu, dat 1,5 km ten westen van de twee anderen ligt, is blauw gekleurd. De kleuren wijzigen door het invallend licht, maar ook onder invloed van de werking van micro-organismen en door het oplossen van chemische stoffen uit de vulkanische omgeving. Ook onder invloed van het regenseizoen, waarbij meer water in de meren terechtkomt, wijzigt de kleur. Ook de weerschijn van de omgeving heeft een invloed op de kleur. Opeens verschijnen door ook nog enkele langstaartmakaken. Ik wist niet dat hun verspreidingsgebied zich al zo ver naar het oosten uitgebreid had. Wij verlaten nu Inspiration Point, het hoogste punt, en gaan nu de Tiwu Ata Polo, die niet goed zichtbaar is en door een dunne kraterand van de Tiwa Nuwa Muri Koo Fai gescheiden is, van dichtbij bekijken. Dit meer is wel het kleinste, maar het blijft impressionant. Wij keren terug naar Moni, waar wij eerst een stortbad nemen om het ochtendlijke klimmerszweet van ons af te spoelen. Daarna is het even wachten op ons ontbijt: een bananenpannenkoek. Aan Rino zeggen wij dat wij vooraleer te vertrekken, eerst de plaatselijke markt gaan bezoeken. Maar pech voor ons, de regering heeft immers beslist dat deze markt niet meer op maandag, maar wel op dinsdag moet plaatsvinden. Er zit niets anders op dan door te rijden naar Maumere. Onder een stralende zon en met een hoge temperatuur en dito vochtigheidsgraad rijden wij door. De omgeving is prachtig. Wij maken een tussenstop aan Coca Beach, een idyllisch zandstrand met een eilandje ervoor in een semicirkelvormige baai. Hier nemen wij de lunch in een plaatselijke eetgelegenheid. Zij tonen ons een grote vis die ze op de barbecue zullen leggen. Ziet er best goed uit. En even later is het zover. Eerst krijgen wij een lekkere vissoep met grote stukken barracuda aangeboden, dan cassave met kokos en bloemen van papaja, rijst, octopus, verse tomaten met ui en dan nog sambal. Enkel voor dit laatste heb ik bedankt. Wij betalen 185.000 IRP (13 euro voor drie). Volgens onze chauffeur is het nog een goed uur rijden naar Maumere. Rond half drie komen wij er inderdaad aan. Rino zet ons af aan het hotel Sylvia, waar wij een kamer voor twee nachten geboekt hebben. Nadat wij de bagage op de kamer gebracht hebben, neemt Rino ons voor een ritje mee in de stad. Wij spreken opnieuw af om 16u 30 en bezoeken dan de plaatselijke markt. Deze is groot en voornamelijk de groenten en fruit boeien ons. Sommige zaken zijn vreemd voor mij, zoals de araca vrucht. Hierna gaat het richting haven. Hier is een relatief grote moslimgemeenschap neergestreken, na problemen in Sulawesi. Volgens Rino wordt hier 10 keer per dag opgeroepen tot het gebed. Als laatste bezoeken wij de vismarkt. Het begint al te schemeren, dus foto’s trekken wordt iets moeilijker. Maar de mensen blijven vriendelijk en velen vragen of ze niet op de foto mogen. Geen probleem voor mij, dus af en toe maak ik dan zo een kiekje. Wij keren nu terug naar ons hotel en spreken af met Rino af morgen om16u 30 om ons  naar coconut beach te voeren. Daar zullen wij dan dineren. Rino zegt dat het zijn favoriete plaats is. Ik ben benieuwd.

marc


2 Comments

VAN BAJAWA NAAR MONI

Zondag 06 november 2016. Vandaag vertrekken wij naar Moni. Bagage in de auto geladen en even voor acht uur vertrekken wij. Onderweg zien wij veel lokale mensen op stap in hun beste kledij. Hier wordt de misviering nog ernstig genomen. De kerken zitten dan ook tijdens de misviering afgeladen vol. Overal zien wij de witte bladeren van de cashewnotenbomen. In de dorpen zien wij nog geregeld huisjes en poppen in het midden van daken van sommige huizen staan. De traditie leeft hier nog sterk. Wij rijden verder en in Boawae ik zie een grote kerk met een blauw dak. Hier stoppen wij en trek ik enkele foto’s. De kerkdeuren staan wagenwijd open en uit de kerk klinkt gezang. Ook deze grote kerk, die een jaar geleden gebouwd werd, zit barstensvol. Terwijl het koor vooraan zingt deelt de priester en een aantal nonnen de communie uit. Wij rijden nu verder en bereiken de zee. Hier eventjes gestopt waar wij even aan een lookout verpozen. Prachtig uitzicht over de baai in de Savu zee en het Ende eiland. Nogmaals de auto ingestapt en opeens wordt het strand bleekblauw. Wij zitten nu ter hoogte van Nangaroro. Het zijn de keien die blauw gekleurd zijn. Ik denk dat hier een koperader in de rotsen zit. Een keitje meegenomen als souvenir moet kunnen. Wij beginnen nu Ende te naderen en wat opvalt is dat in deze kustdorpen overal moskeeen staan. De bevolking zou hier voor de helft i=uit moslims, voor de andere helft uit katholieken bestaan. Beide gemeenschappen leven vreedzaam met elkaar en er zijn zelfs interreligieuze huwelijken. Eindelijk bereiken wij om 12u 30 Mona, waar wij lunchen. Daarna trekken wij weer het binnenland in. De omgeving wordt echt prachtig en de lucht heel dreigend grijs. En even later is het prijs: de hemelsluizen zetten zich wagenwijd open. Gelukkig duren de buien hier niet zo lang: tropische buien zijn meestal heel intens, maar kort van duur. In Nduaria stoppen wij aan de lokale markt waar wij wat fruit kopen. Fruit wordt hier niet gewogen maar per stapeltje van vier (of meer) verkocht. Wij kopen wat mandarientjes en een lokale vrucht, die bij doorsnijden een heel lekkere passievrucht blijkt te zijn. Intussen trek ik wat foto’s van de omgeving en de mensen. Vanaf nu zetten wij de eindsprint in. Moni ligt niet zo ver meer. Daar aangekomen stoppen wij bij Rice Field Guest House. Hier krijgen wij een kamer voor 250.000 IRP. Wij bezoeken even later Moni. Alles is hier op het toerisme afgestemd, dus overal overnachtingsgelegenheden en restaurants. Maar even verwijderd van de hoofdbaan ligt de oude dorpskern. Die is nog echt authentiek. Hier komen ook twee cirkels met in het midden stenen voor. Als afsluiter van de dag gaan wij eten in Mopi’s Place. Hier zitten nog wat rastamannen Arrack te drinken en ook Rino, onze chauffeur zit erbij maar hij drinkt koffie. De kaart is hier wel beperkt en het eten ietwat flets en te weinig gekookt, maar het bier is fris. Even later gaan wij slapen want morgen moeten wij om 4 u op om het drie kleuren kratermeer te bezoeken.

marc