marcinindonesia

OVER CIVETKATTEN, KOFFIE EN REUZENBLOEMEN

1 Comment

Zaterdag 15 Oktober 2016. Vandaag wordt het Rafflesiadag. Na het ontbijt gaan wij op weg om een busje te vinden naar Palupuh om de Rafflesia arnoldii te zien. Dit is de grootste solitaire bloem op aarde (Armorphophallus titanum is een arondskelkachtige en heeft een samengestelde bloeiwijze). De bloem is een parasiet die leeft op Tetrastigma, een lianengenus binnen de vitaceae (wijnstokfamilie), met ongeveer 70 verschillende soorten, waarvan de meeste in primair regenwoud leven. Het is eventjes zoeken maar vrij snel vinden wij de busterminal voor plaatselijke bussen in de buurt van de markt. En nog wat langer (ongeveer een uur) vooraleer het busje vertrekt. Maar eerst nog enkele Afrikaanse toestanden: een grote doos aan ons voeteinde, uitstappen om doos ergens anders te zetten, wij weer terug, heleboel bagage inladen, wij weer wegmoeten en bagage op onze zetels gezet en uiteindelijk wij ernaast gaan zitten. Maar onder de bagage zijn er ook twee emmers die gevuld zijn. En ja, het is voorspelbaar: door het schokken lopen de emmers wat over. En op de zetel van de chauffeur zit er zelfs nog een passagier. Maar de mensen zijn supervriendelijk en na ongeveer 15 km worden wij afgezet. Hier ontmoeten wij de plaatselijke gids Joni. Hij leidt ons naar zijn tuin waar zowel de Armophophallus titanum als de Rafllesia arnoldii staan. Eerst zien wij kardamon, kruidnagel, kaneel. De armofhophallus staat wel niet in bloei maar er staan wel twee rafflesia’s in bloei. Prachtig gewoonweg. De bloemen zijn een kleine meter groot en kunnen tot ongeveer 11 kg wegen. Het zijn vliegenbestuivers maar gelukkig ruiken ze niet naar rot vlees. Heel indrukwekkend allemaal. Nadien gaan wij het House of Rafflesia Luwak Coffee, waar wij een uitleg krijgen van mevrouw Umul Khairi over deze koffie. Deze koffie wordt verkregen nadat hij door civetkatten is opgegeten en nadien langs natuurlijke weg het lichaam heeft verlaten. Hier werken ze nog via de traditionele manier, dit betekent dat zij de uitwerpselen vanuit de junglebodem gaan verzamelen en de bonen uit de kak verzamelen, wassen, gedurende een vijftal dagen drogen en dan branden. Doordat zij het darmkanaal van de civetkatten gepasseerd zijn, heeft de koffie een bijzondere milde smaak en is helemaal niet bitter. Het is dan ook de duurste koffie ter wereld. Wij drinken hier een kopje voor 20.000 IRP, wat best meevalt. Voor 100 gram koffie betalen wij 200.000 IRP (ongeveer 14 euro). Joni vertelt ons dat in het Batang Palupuh Nature Reserve geen Rafflesia’s in bloei staan, maar op ongeveer 2 km van hier in de jungle weet hij nog een bloem staan waarvan 1 sepaal al open is en Joni verwacht dat hij pas morgen volledig open zal staan. Maar ook die willen wij zien en voor 250.000 IRP in het totaal (het was 60.000 per persoon om de bloemen in zijn tuin te zien) wil hij er ons wel heenbrengen. Wij lopen langs de broodboom, dragon fruit en doerians.Het begint al goed: ik val in een put en haal hierbij mijn knie wat open. En dan is het ook uitkijken om niet uit te glijden want het wegje loopt op de rand van een vallei en is bijwijlen best stijl en glibberig, maar het loont de moeite: en tot verbazing van Joni staat ook deze Rafflesia volop in bloei. Best leuk om een pas geopende bloeiwijze te zien. Rafflesia’s zijn tweehuizig en hebben zelfs geen stengels; enkel via draadachtige structuren zijn ze verbonden met de gastplant. Wij keren terug en maken nog maar eens kennis met de plaatselijke neerslag. Terug in het dorp zie ik een kip die duidelijk eendeneieren uitgebroed heeft: de test van Konrad Lorenz, de grondlegger van de ethologie, kleine eendjes volgen het eerste object dat ze zien en beschouwen het als hun moeder. Wij komen weer op de weg en hebben geluk: een busje staat klaar om terug te rijden naar Bukettinggi. Ook stellen wij hier vast dat ieder van ons kennis gemaakt heeft met een bloedzuiger. Bij Joni tussen zijn tenen, bij Nadine op haar been en bij mij net boven mijn kous, en het bloedt nog steeds. Terug in Bamboosa nemen wij een douche, doen droge kleren aan en duiken de stad in. Eerst een biertje op een terras en dan op weg naar Fort de Kock. Van het fort is, buiten enkele kanonnen, niet veel meer te zien. Wij lopen over de Jembatan Limpapeh, de brug die in 1995 gebouwd werd en het Fort De Kock met de Bukettinggi zoo verbindt. Hier zitten heel wat dieren in niet al te beste omstandigheden, om niet te zeggen schrijnend. Sommige kooien staan leeg en enkel zijn ingestort. Soms moet ik goed kijken om te zien of er dieren in zitten, want de kooi ziet er helemaal niet meer onderhouden uit. Overal staan eettentjes en winkeltjes. Best leuk voor de lokale bevolking, maar niet voor de dieren. Wij zien hier heel wat vogels, primaten en twee Sumatraanse olifanten (Elephas maximus sumatrensis) en vier Sumatraanse tijgers (Panthera tigris sumatrae), waarvan 1 koppeltje. Binnen in de zoo is er ook het Museum Rumah Adat Baanjuang, met het Minangkabau etnologisch museum. Het is inmiddels stevig beginnen regenen en de eenzame Sumatraanse orang oetan man gaat schuilen. Het is al een flink stuk over 18 uur, dus verlaten wij de zoo, gaan eten en keren terug naar onze logies. Morgen vertrekken wij naar Padang. Het gedeelte van Kerinci laten wij vallen. Inderdaad: afgelast wegens de regen. De weersvoorspellingen zien er daar immers niet zo goed uit, regen en nog eens regen. De beklimming van de Gunung Kerinci in de regen zie ik echt niet zitten. Toch jammer.

marc

Advertisements

One thought on “OVER CIVETKATTEN, KOFFIE EN REUZENBLOEMEN

  1. Spijtig van al die regen!

    Like

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s