marcinindonesia

OVER ZWAVELDRAGERS,DE IJEN EN BALURAN NATIONAL PARK

3 Comments

Maandag 24 oktober 2016. Het opstaan verliep in verschillende etappes. Eerst zei Nadine dat de wekker binnen de zes minuten zou aflopen. Bleek dat zij slecht gekeken had en het pas 22 u 50 was. Wij zijn dan opgestaan even na middernacht. De bagage weer in de rugzak gestoken en om 0 u 30 zijn wij klaar. Wij komen als eersten naar buiten. Nu blijkt dat wij pas om 1 uur vertrekken. Maar uiteindelijk vertrekken wij. Het wordt nog een hele poos rijden en dan gaat het te voet verder. Wij starten op een hoogte van 1.900 meter en moeten 3 kilometer gaan om de 2368 m hoge Ijen te bereiken. Het is lastig stappen en in het donker zien wij een hele rij lichtjes van de mensen die hetzelfde doel hebben: de top van de Ijen bereiken. Wij krijgen ook een gasmasker van de gids. Of dit echt helpt en wie mijn voorganger is die dat gedragen heeft, weet ik niet. Maar geen vragen stellen en doorstappen. Het wordt 3 kilometer zweten en na een uur bereiken wij de top. Het is rond 3 uur. Boven zien wij de mijnwerkers in de diepte van de krater werken. Nu dalen wij 700 meter in de krater af. Geregeld gaan wij uit de weg om een zwaveldrager door te laten. Deze mannen torsen een gewicht van minstens 60 kg aan zwavelbrokken. Het gemiddelde gewicht ligt ronde de 80 kg, maar het record zou 120 kg zijn. Uiteindelijk bereiken wij de bodem van de krater. Ook hier zijn er veel zwaveldampen, maar gelukkig zit de wind goed. En nu worden wij beloond voor onze nachtelijke inspanning. Wij zien het blauwe licht. Dit wordt veroorzaakt door ontsnappende gassen die verbranden in de lucht. Bij regen of in daglicht is dit niet te zien, vandaar de nachtelijke tocht. Er werken hier ongeveer 300 mijnwerkers en blijkbaar per dag een 150 man. Deze houwen de zwavel los en wanneer zij ongeveer 80 kg brokstukken hebben verdelen zij deze over 2 mandjes die aan een pikolan, de traditionele draagstok hangen. Dit doen zij tweemaal daags. Aan de kraterrand wordt alles overgeladen in karretjes die zij naar beneden trekken. Dan is het nog 10 kilometer naar de fabriek in Licin. Zij ontvangen hiervoor 1000 IRP per kilogram (dit is ongeveer 0,7 euro) De zwavel wordt verwerkt in geneesmiddelen en cosmetica, ook als fertilisator en insecticides en verder ook bij de aanmaak van explosieven. Maar het is een heel ongezonde job. Ik denk dat veel arbeiders hier heel jong sterven. Maar de mijnwerkers verliezen er hun humeur niet bij en blijven oprecht vriendelijk tegen de toeristen. Nadat het ochtendlicht is verschenen klimmen wij weer naar boven. Ook hier verschijnen de wolken boven de berg en tussen de nevels kunnen wij toch nog het Ijen kratermeer zien. De krater van de Kawah Ijen heeft een diameter van 722m, een diepte van 200 meter en is wondermooi turkoois gekleurd. Maar het bevat ook een zeer hoge concentratie van zwavelzuur, dus het is niet aangewezen om hier te gaan zwemmen. Als je snel bent rest dan nog enkel jouw skelet, maar enkel als je er snel bij bent. Het afdalen is een stuk aangenamer. Nu pas kunnen wij genieten van de omgeving, alles is hier prachtig groen. Wij lopen door een prachtig beboste alpien gebied en bereiken na 3 kilometer weer de auto. En nu gaat het vol gas naar Ketapang waar de Duitse toeristen afgezet worden aan de ferry naar Gilimanuk in Bali. Wij rijden verder en aan een tankstation onderneemt de chauffeur nog een ultieme poging om ons meer geld af te zetten. Even dreigt hij dat wij de auto moeten verlaten, maar ik blijf onvermurwbaar en hou het op de afgesproken 50.000 IRP. Uiteindelijk geeft de man toe en op slag is hij de vriendelijkheid zelve. En na een dik half uur rijden bereiken wij het Baluran National Park, waar wij aan de ingang van het park afgezet worden. Wij nemen onze bagage op en gaan het visitors centre binnen. De ingang bedraagt 150.000 IRP en voor een taxi tot Bekol, zo’n 12,5 km verder is het 200.000 IRP voor een auto en 50.000 IRP voor een ojek (een motortaxi). Wij bestellen 2 ojeks en rijden het park binnen. De bagage wordt voor de chauffeur gelegd en ik kruip erop met mijn fototas op mijn rug, Nadine doet hetzelfde met haar dagrugzak.  De weg ligt er abominabel bij en door de regen van gisteren liggen er overal grote waterplassen. Bijna vallen wij door een rollende steen, maar wij bewaren ons evenwicht. Ik tel de kilometers af en na een half uur bereiken wij Bekol. Onze reservatie van de vorige dag staat op het bord, zij het niet met 2 maar met twaalf personen. Het euvel wordt gauw hersteld door de 1 van het bord af te vegen. Wij betalen 100.000 IRP voor de kamer, wasgelegenheid is er niet, maar wel een plaatselijk toilet met een bak water en een emmertje om het water op te scheppen. Best handig, maar niks voor mij en omdat wij slechts een dag in het park verblijven geef ik mijn darmen opdracht om zich een dag (en nacht) lang koest te houden. Maar genoeg hierover. Wij trekken nu het park in. Eerst naar de uitkijktoren op de heuvel. Plots hoor ik naast mij iets tussen de bladeren vallen. Het blijkt een slang te zijn die zich meteen met opgerichte kop opstelt. Het diertje is niet zo groot maar heeft twee hoorntjes en ik vermoed dat het een gifslang is. Ik trek er enkele foto’s van zodat ik het terug thuis kan determineren. Boven op de toren zie ik in de verte bantengs (Bos javanicus) onder enkele bomen staan. Ook hebben wij hier een prachtig uitzicht op de Gunung Baluran, de vulkaan die het ganse park domineert. Wij verlaten de toren en gaan op weg naar Bama, aan de kust. Eerst doorlopen wij de savanne van Bekol, een prachtig gebied en soms waan ik mij zelfs in Afrika. Hier zien wij voor het eerst het Javaans hert (Cervus timorensis). Ook staat er een plakkaat om te waarschuwen dat de savanne ook cobragebied is. Opletten dus. Na een kilometer lopen in de brandende zon bereiken wij een soort bossavanne met palmen en mimosa als dominante boomsoorten. Na drie kilometer lopen bereiken wij dan uiteindelijk Bama. Een drankje zit er hier echter niet in: de shop blijkt gesloten. Maar een vriendelijke jongen komt ons even goeiedag zeggen. Hij blijkt een vogelspecialist te zijn en toont mij zijn foto’s, echt indrukwekkend wat hij met zijn toestel zonder telelens getrokken heeft. Hij heeft zelfs een luipaard (Panthera pardus) en Aziatische wilde honden of dholes (Cuon alpinus) op de gevoelige plaat vastgelegd. Wij nemen afscheid en keren nu terug naar Bekol. Na drie kilometer in de hitte is onze fles water wel leeggeraakt. Even een nieuwe bestellen aan de shop. De lucht wordt dreigend grijs en wij zullen eerst aan de shop wat eten. De rijst met kip smaakt opperbest; het is tenslotte van rond vijf uur geleden dat wij wat achter de kiezen kregen. Even voor vijf uur zie ik dan voor het eerst een groene pauw, de Pavo muticus muticus. Een prachtig dier. Een mooie afsluiter van de avond.

marc

Advertisements

3 thoughts on “OVER ZWAVELDRAGERS,DE IJEN EN BALURAN NATIONAL PARK

  1. Rijden met een ojek in Indonesië, plezant! Hopelijk met een helm op!
    Opnieuw een knappe vulkaan!

    Like

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s