marcinindonesia

OVER KOMODOVARANEN EN VERDWIJNENDE KORAALRIFFEN

3 Comments

Donderdag 3 november 2016. Gisteren zijn wij na het ontbijt vertrokken voor een tweedaagse boottocht. Het snorkelgerief opgehaald en dan op weg naar de haven. Wij zijn in totaal met acht passagiers: twee Franse jongens die hiervoor in Maleisie gereisd hebben, een Brits koppel dat al meer dan een jaar op reis is en lange tijd in Australie verbleven heeft, een Spaans-Baskische dame met haar 12-jarige dochter en wij. Op de boot zijn naast de kapitein nog twee matrozen aanwezig. De jongens zijn bijzonder vriendelijk en gedienstig. En om acht uur varen wij uit. Onze eerste stopplaats is het eiland Rinca. Hier betalen wij 235.000 IRP per persoon om het park binnen te mogen, maar het ticket is diezelfde dag ook geldig voor Komodo. Samen met Komodo maken ze deel uit van het Komodo National Park. Met zijn 198 km2 is het kleiner dan Komodo maar het heeft een grotere populatie Komodovaranen (Varanus komodoensis), namelijk 1500 individuen. Op Rinca worden zij bijgevoederd aan het onthaal, waar uiteraard ook een keuken is en de dieren zich te goeddoen aan de overschotten. De komodovaranen zijn hier wel kleiner dan deze op Komodo. Gezien het november is zijn de wijfjes al druk doende om nesten te maken. Vaak gebruiken zij hiervoor verlaten nesten van de rode boshoen, Megapodius reinwardt. De rode boshoen is familie van de grootpoothoenders en ze bouwen een nestheuvel van aarde, takken en bladeren. Deze nestheuvel is vaak 3 tot 4 meter hoog en heeft een diameter van 9 tot 13 meter. De nesten worden opnieuw gebruikt en sommigen zijn waarschijnlijk honderden jaren oud. De eieren worden uitgebroed door de temperatuur die ontstaat door het rotten van de bladeren, meestal tussen de 30 a 35 graden C. Ook bij de komodovaraan speelt de temperatuur een belangrijke rol bij het broeden. Komodovaranen leggen 20 tot 30 eieren, meestal in september, en deze komen uit na 7 tot 8 maanden. De helft van de eieren gaat verloren en de temperatuur zou een rol spelen bij het bepalen van het geslacht, hoewel parthenogenesis hier ook een belangrijke rol zou in spelen. Het voedsel van de jongen bestaat hoofdzakelijk uit insecten. Aangezien kannibalisme bij de komodovaraan veel voorkomt (10% van het voedsel bestaat uit jonge soortgenoten) leven jonge dieren hoofdzakelijk in bomen. Na 4 jaar zijn de jongen ietwat veilig voor de volwassen dieren en slechts ongeveer vijf jongen van een nest bereiken de volwassenheid. Komodovaranen zijn alfapredatoren en aaseters, zij zorgen meestal zelf voor hun aas en worden gemiddeld 50 jaar. Er gaan twee rangers mee op pad. En onmiddellijk zien wij al enkele komodovaranen. De dieren liggen lui in de schaduw. Er zijn verschillende trekkings en wij nemen die van een gemiddelde duur, waarbij wij ongeveer een uur en half weg zijn. Eerst lopen wij door gaanderijwoud. Hier zien wij enkele nesten en een paartje rode boshoenen. Verderop zijn er nog enkele nesten, rode boshoenen en langstaartmakaken. Even later zitten wij in savanne. Hier hebben wij een mooi overzicht over de gaanderijbossen. Nog enkele komodovaranen gespot en dan terug de boot op, Komodo wacht. Intussen heeft de scheepskok voor een lekker stukje eten gezorgd: groenten, gekaramelliseerde tonijn in zuurzoete saus en rijst. Best lekker. Intussen varen wij verder naar Komodo. Onderweg valt op hoe sterk de zeestromingen in dit gebied zijn. Naast een vlakke rimpelloze zee zien wij hier ook woelige gebieden met draaikolken. Hier komen de Indische Oceaan en de Flores zee immers samen in een smalle straat, waardoor de watersnelheid hier 10 knopen kan bedragen (een zeeknoop bedraagt 1,852 km per uur) Het beste is om hieruit te blijven. Even later leggen wij aan op de pier van Komodo. Op het strand worden wij opgewacht door een Komodovaraan. Even verder zitten ook wat Timorherten. Ons even ingeschreven en 20.000 IRP betaald voor de gidsen en dan op weg. Nadine ziet onmiddellijk een reuzenbeest, want hier op Komodo zijn de varanen een stuk groter dan op Rincha. Zij kunnen hier een lengte 3 m bereiken. Het dier is op weg naar wat schaduw en komt in contact met een andere mannelijke collega, die zijn aanwezigheid niet op prijs stelt. Geblaas en een slag met de staart, welke de helft van de lichaamslengte uitmaakt, is het gevolg. Komodo is veel bosrijker dan Rinca en met zijn 390 km2 is het ook veel groter. Hier zitten wel geen langstaartmakaken, maar wel veel gestreepte zwijnen, Sus scrofa vittatus, een ondersoort van de wilde zwijn. Deze maken samen met het timorhert het hoofdaandeel uit van het voedsel van de Komodovaranen. Ook zie ik veel Timor geelkuifkakatoes (Cacatua sulphurea parvula) met heel veel gekrijs opvliegen. Onderweg aan een drinkplaats zien wij ook een jonge komodovaraan van slechts een week oud. Op Komodo leven er volgens onze gids 1377 individuen.  Wij klimmen op een heuveltop (bukit) en hebben een prachtig zicht over de haven en de omgeving. Even later dalen wij terug af om terug in te schepen. Maar niet nadat wij een komodovaraan en enkele gestreepte zwijnen nog uitgebreid gefotografeerd hebben. Even later gaan wij dan op weg naar Pulau Kalong, een piepklein eilandje voor Komodo om de Sund vliegende honden, Acerodon mackloti, waar te nemen. Eerst nog gebakken bananen gekregen. Erg lekker, want zelfs een kraai die komt aangevlogen pikt er eentje mee. Het wordt wachten op de vliegende honden, eten (even lekker als deze middag, maar nu met kip) en blijven wachten. De dieren laten zich echter niet zien. Blijkbaar hebben ze een andere rustplaats uitgekozen. Niet moeilijk blijkt achteraf. Op enkele bootjes in de omgeving wordt loeiharde partymuziek opgezet met bijbehorende kleurenspots. Wij vragen aan de kapitein om onze boot ergens anders te ankeren, kwestie om de nachtrust toch ietwat te kunnen verzekeren.

De volgende morgen na het ontbijt vertrekken wij naar Pink Beach om te snorkelen. Eerst zien wij heel wat groepen dolfijnen boven water springen. Best leuk, en dan gaan wij op weg naar onze snorkelplaats. Pink Beach is een van de zeven roze stranden op de wereld. De roze kleur wordt veroorzaakt door Foraminiferen die een rood pigment afzetten op de koralen.  Door vermenging van het afgestorven koraal met het zand krijgt het geheel een roze schijn. Het is hier goed snorkelen; het koraal is nog relatief goed en er zwemmen hier heel wat vissen rond. Ik zie hier ook een pijlstaartrog en een blauw gepigmenteerde rog. Niet moeilijk: wij zitten hier in de koraal driehoek. Wij verlaten nu de site en gaan op weg naar een plek waar wij manta’s kunnen spotten en inderdaad, na een tijdje zien wij er tientallen. Jammer dat de batterij van mijn camera intussen leeg is. Het is de soort Manta alfredi, waarvan de individuen tussen 3 tot 3,5 meter groot zijn. Het is niet de grootste soort, maar het is wel indrukwekkend om tussen die grote dieren te zwemmen. Na de lunch (weer erg lekker) is de volgende stop het Kanawa-eiland. Het wordt voorgesteld als paradijselijk, maar dat is op het gebied van de koralen veel minder. Deze zijn op sterven na dood. Wel zwemmen er nog heel wat vissen Ook zien wij heel wat zeesterren van de soort protoreaster nodosus en verder naar het strand toe komen wij in de zone van de zeegrassen terecht. Ook hier zwemmen er nog vissen. En ineens zien wij een zeeslang over de bodem kruipen. Deze is zwart wit gebandeerd en is waarschijnlijk de ringstaartplatstaart, Lauticauda colubrina, een zeer giftige doch niet agressieve slang. Wij varen nu verder naar Palau Bidadari. Dit eiland is het dichtst gelegen bij Labuan Bajo. Hier zie ik nog enkele fregatvogels. De koralen zijn langs de ene zijde volledig afgestorven, maar ietwat verder zit er gelukkig nog leven in. Wij snorkelen hier nog een uurtje, maar dan wordt het onherroepelijk terug naar Labuan Bajo. Eerst nogmaals gebakken bananen gekregen voor wij in de haven aanmeren. Wij nemen afscheid van onze reisgezellen en keren terug naar onze logies Komodo lodge. ’s Avonds gaan wij nog eens lekker eten in Le Pirate, blijkbaar een verzamelplaats van de betere backpacker, en dan in de donker terug naar de Komodo Lodge. Morgen gaan wij het binnenland verkennen.

marc

Advertisements

3 thoughts on “OVER KOMODOVARANEN EN VERDWIJNENDE KORAALRIFFEN

  1. Deze trip zou ik ook wel eens willen doen!
    Ik denk dat je de komma vergeten bent bij de watersnelheid (1 zeeknoop = 1,852 km/u) ;-)…

    Like

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s