marcinindonesia


1 Comment

OVER WAWO MUDA, LUBA EN BENA

Zaterdag 5 november 2016. Vandaag vertrekken wij om 7u 30 naar het dorp Watumeze, waar wij de auto voor de kerk parkeren en dan te voet verder gaan. Eerst langs een wandelwegje tussen de huizen en verder door bamboebossen en een deel gemengd bos. Maar vrij snel lopen wij tussen de koffieplantages. Het is de ganse tijd klimmen. Wij komen nu op een bredere aardeweg terecht die enkel door ojeks gebruikt wordt. Gelukkig lopen wij in de schaduw van de bomen die tussen de koffieboompjes staan. Ook bananenbomen zomen soms de weg af. Af en toe zien wij de machtige Gunung Inerie en met beneden in de vallei Bajawa liggen. Geregeld moeten wij opzij voor de ojeks en de mensen zijn hier oprecht vriendelijk en zeggen zonder uitzondering goeiedag. Na een tijdje klimmen wij boven de koffieplantages uit. Hier wordt het landschap opener en wordt geregeld afgewisseld met open bosjes. Wij lopen verder langs kraterranden. In de uitgedoofde kraters wordt aan landbouw gedaan. Onderweg zie ik ook nog orchideeen in bloei langs de wegkant. De lucht is hier van prima kwaliteit, want er groeit ook baardmos (Usnea sp.)  op de bomen. Het wordt verder klimmen, maar uiteindelijk bereiken wij de top van de 1753 meter hoge Wawo Muda. Wawo Muda is de laatste vulkaan die in Flores explodeerde in 2001. In de diepte zien wij een geelbruin gekleurd kratermeertje. Gezien het regenseizoen nog niet ingezet is, is het eerder klein. Wij keren nu op onze stappen terug en keren terug naar Watumeze. Wij vertrekken nu rijden door Bajawa, en rijden verder naar Luba, een traditioneel dorp. Wij betalen hier 30.000 IRP voor ons beiden en kunnen dan het dorp bezichtigen. Luba ligt aan de voet van de vulkaan Gunung Inerie. Er leven hier vijf clans, welke vertegenwoordigd worden door de 5 mannelijke parasols, de ngadhu en de 5 vrouwelijke huisjes, de bgada. Mannen en vrouwen hadden vroeger hun eigen huizen. Deze worden gekenmerkt door een mannelijke pop op het dak of een vrouwelijk huis met een klein huisje op het da. Het geheel straalt authenticiteit uit en de traditionele huizen worden nog bewoond. De bewoners hebben er geen moeite mee om gefotografeerd te worden. Oudere vrouwen hebben vaak bruinrode tanden en hun lippen zijn rood gekleurd door het kauwen op de noten van de betelpalm. Nadien rijden wij verder naar het nabije dorp Bena. Dit dorp is indrukwekkender en groter dan Luba, maar het is ook meer commercieel. Het is het meest bekende in het Ngada-district. Het bestaat uit negen clans. Het dorp bestaat uit twee parallelle rijen van hoog opgebouwde rieten daken. Het bezit een impressionante megalithische formatie, welke de verbinding met de voorouders vormt. Het dorp is op een heuvel gebouwd en op het einde staat er nog een nieuw traditioneel huis. Het werd op 14 dagen tijd gebouwd. Hier helpt iedereen van de gemeenschap bij het bouwen van een huis. Geen wonder dat het vlug gaat. Wij rijden nu terug naar Bajawa voor de lunch en een korte middagpauze. Twee hevige regenbuien krijgen wij er op de koop toe gratis bij. Om 16u 30 vertrekken wij echter, onder de laatste regen van de tweede bui, naar de hot Springs. Onderweg zien wij de lucht terug opklaren en twee regenbogen verschijnen. Onze chauffeur is er dol op. Even later bereiken wij dan het Air Panas Malange, de warme bronnen. In een ronde poel komt warm water uit de grond. De poel loopt verder door als een riviertje en even later vermengt het warme water zich met een ander, kouder beekje. Veel locals komen het Air Panas Malange bezoeken. Best leuk om eens te zien, maar ook niet meer. Bij een ondergaande zon rijden wij dan terug naar Bajawa. Morgen trekken wij verder.

marc


2 Comments

OVER SPINNENWEBRIJSTVELDEN TE FLORES

Vrijdag 4 november 2016. Onze chauffeur met wagen wacht ons even voor acht uur op aan de Komodo lodge. Leuk, nu hoeven wij niet met pak en zak naar het boekingsbureau gaan. De wagen volgeladen en weg zijn wij. Eerst gaat het richting Ruteng. Het weer is zonnig en de weg ligt er goed bij. Wat hier opvalt is dat alles hier zo groen is. De grot met de Floresman kan ik echter niet bezoeken. De weg erheen ligt er te slecht bij en is niet doenbaar met een gewone auto. Wel stoppen wij onderweg in Cancar waar wij de Lingko Spinnenweb rijstvelden gaan bezoeken. Eerst moeten wij 15.000 IRP betalen en dan via trapjes op om de rijstvelden te kunnen overzien. Het is echt mooi en speciaal. Zoiets had ik nog nooit gezien. Wij rijden nu verder naar Ruteng waar ik mijn Flores hobbit mis, maar waar wij een lunchpauze inlassen. Wij bestellen hier een capcay, best lekker. Weer de auto ingedoken en weer de bergen in. Wij rijden naar het Ranamese kratermeer, dat wij enkel uit de hoogte bekijken. Een betonnen schutting is opgericht, maar dat wordt door de lokale bewoners als openbaar urinoir gebruikt. De geur doet mij denken aan de laatste dagen van de Gentse Feesten in vroegere tijden. Maar het uitzicht maakt het ietwat goed. Om bij het kratermeer te komen dient er 100.000 IRP per persoon opgehoest te worden, iets wat onze chauffeur overdreven veel vindt. Wij beamen dat en rijden door. Wij gaan immers nog veel mooiere kratermeren bezichtigen. Onze chauffeur heeft een boekje bij: Flores. A glimpse of the People and Culture by Christiane Moser. (ISBN 978-3-9523834-0-7) dat best interessant is. Wij rijden nu verder door bosrijk bergachtig gebied met veel haarspeldbochten naar Borong dat aan de kust ligt. Nu gaat het weer het binnenland in, met weerom veel haarspeldbochten naar Aimere. Hier stoppen wij bij een arrack distillerij. Dit goedje wordt gemaakt van het gefermenteerde sap van bloemen van kokospalmen. Wij proeven drie variaties: eenmaal, tweemaal en driemaal gedistilleerd. Best lekker. Het proces doet heel primitief aan, maar het werkt. De gefermenteerde drank wordt in een zak in een oven gehouden. De stoom wordt via een lange bamboestengel afgekoeld en het distillaat druppelt in een plastiek bus. Wij kopen een 600 ml flesje  van de beste kwaliteit voor 100.000 IRP. Nu wordt het steil klimmen naar het op 1100 meter gelegen Bajawa, waar wij zullen overnachten. Het is stillaan donker aan het worden en geregeld zien wij nog op de baan vol met haarspeldbochten de baai van Mbalata Beach en de dreigende vulkaankegel van de Gunung Inerie. Even voor het volledige duister rijden wij om 18u Bajawa binnen. Hier overnachten wij in het hotel Bintang Wisata. Anders dan de naam laat vermoeden hebben zij hier geen Bintang (het Indonesisch bier), maar geen probleem: ik neem een flesje mee uit het restaurant Lucas, waar wij dineren en waar onze chauffeur ons brengt, gezien de straten hier bijna niet verlicht zijn.

marc


3 Comments

OVER KOMODOVARANEN EN VERDWIJNENDE KORAALRIFFEN

Donderdag 3 november 2016. Gisteren zijn wij na het ontbijt vertrokken voor een tweedaagse boottocht. Het snorkelgerief opgehaald en dan op weg naar de haven. Wij zijn in totaal met acht passagiers: twee Franse jongens die hiervoor in Maleisie gereisd hebben, een Brits koppel dat al meer dan een jaar op reis is en lange tijd in Australie verbleven heeft, een Spaans-Baskische dame met haar 12-jarige dochter en wij. Op de boot zijn naast de kapitein nog twee matrozen aanwezig. De jongens zijn bijzonder vriendelijk en gedienstig. En om acht uur varen wij uit. Onze eerste stopplaats is het eiland Rinca. Hier betalen wij 235.000 IRP per persoon om het park binnen te mogen, maar het ticket is diezelfde dag ook geldig voor Komodo. Samen met Komodo maken ze deel uit van het Komodo National Park. Met zijn 198 km2 is het kleiner dan Komodo maar het heeft een grotere populatie Komodovaranen (Varanus komodoensis), namelijk 1500 individuen. Op Rinca worden zij bijgevoederd aan het onthaal, waar uiteraard ook een keuken is en de dieren zich te goeddoen aan de overschotten. De komodovaranen zijn hier wel kleiner dan deze op Komodo. Gezien het november is zijn de wijfjes al druk doende om nesten te maken. Vaak gebruiken zij hiervoor verlaten nesten van de rode boshoen, Megapodius reinwardt. De rode boshoen is familie van de grootpoothoenders en ze bouwen een nestheuvel van aarde, takken en bladeren. Deze nestheuvel is vaak 3 tot 4 meter hoog en heeft een diameter van 9 tot 13 meter. De nesten worden opnieuw gebruikt en sommigen zijn waarschijnlijk honderden jaren oud. De eieren worden uitgebroed door de temperatuur die ontstaat door het rotten van de bladeren, meestal tussen de 30 a 35 graden C. Ook bij de komodovaraan speelt de temperatuur een belangrijke rol bij het broeden. Komodovaranen leggen 20 tot 30 eieren, meestal in september, en deze komen uit na 7 tot 8 maanden. De helft van de eieren gaat verloren en de temperatuur zou een rol spelen bij het bepalen van het geslacht, hoewel parthenogenesis hier ook een belangrijke rol zou in spelen. Het voedsel van de jongen bestaat hoofdzakelijk uit insecten. Aangezien kannibalisme bij de komodovaraan veel voorkomt (10% van het voedsel bestaat uit jonge soortgenoten) leven jonge dieren hoofdzakelijk in bomen. Na 4 jaar zijn de jongen ietwat veilig voor de volwassen dieren en slechts ongeveer vijf jongen van een nest bereiken de volwassenheid. Komodovaranen zijn alfapredatoren en aaseters, zij zorgen meestal zelf voor hun aas en worden gemiddeld 50 jaar. Er gaan twee rangers mee op pad. En onmiddellijk zien wij al enkele komodovaranen. De dieren liggen lui in de schaduw. Er zijn verschillende trekkings en wij nemen die van een gemiddelde duur, waarbij wij ongeveer een uur en half weg zijn. Eerst lopen wij door gaanderijwoud. Hier zien wij enkele nesten en een paartje rode boshoenen. Verderop zijn er nog enkele nesten, rode boshoenen en langstaartmakaken. Even later zitten wij in savanne. Hier hebben wij een mooi overzicht over de gaanderijbossen. Nog enkele komodovaranen gespot en dan terug de boot op, Komodo wacht. Intussen heeft de scheepskok voor een lekker stukje eten gezorgd: groenten, gekaramelliseerde tonijn in zuurzoete saus en rijst. Best lekker. Intussen varen wij verder naar Komodo. Onderweg valt op hoe sterk de zeestromingen in dit gebied zijn. Naast een vlakke rimpelloze zee zien wij hier ook woelige gebieden met draaikolken. Hier komen de Indische Oceaan en de Flores zee immers samen in een smalle straat, waardoor de watersnelheid hier 10 knopen kan bedragen (een zeeknoop bedraagt 1,852 km per uur) Het beste is om hieruit te blijven. Even later leggen wij aan op de pier van Komodo. Op het strand worden wij opgewacht door een Komodovaraan. Even verder zitten ook wat Timorherten. Ons even ingeschreven en 20.000 IRP betaald voor de gidsen en dan op weg. Nadine ziet onmiddellijk een reuzenbeest, want hier op Komodo zijn de varanen een stuk groter dan op Rincha. Zij kunnen hier een lengte 3 m bereiken. Het dier is op weg naar wat schaduw en komt in contact met een andere mannelijke collega, die zijn aanwezigheid niet op prijs stelt. Geblaas en een slag met de staart, welke de helft van de lichaamslengte uitmaakt, is het gevolg. Komodo is veel bosrijker dan Rinca en met zijn 390 km2 is het ook veel groter. Hier zitten wel geen langstaartmakaken, maar wel veel gestreepte zwijnen, Sus scrofa vittatus, een ondersoort van de wilde zwijn. Deze maken samen met het timorhert het hoofdaandeel uit van het voedsel van de Komodovaranen. Ook zie ik veel Timor geelkuifkakatoes (Cacatua sulphurea parvula) met heel veel gekrijs opvliegen. Onderweg aan een drinkplaats zien wij ook een jonge komodovaraan van slechts een week oud. Op Komodo leven er volgens onze gids 1377 individuen.  Wij klimmen op een heuveltop (bukit) en hebben een prachtig zicht over de haven en de omgeving. Even later dalen wij terug af om terug in te schepen. Maar niet nadat wij een komodovaraan en enkele gestreepte zwijnen nog uitgebreid gefotografeerd hebben. Even later gaan wij dan op weg naar Pulau Kalong, een piepklein eilandje voor Komodo om de Sund vliegende honden, Acerodon mackloti, waar te nemen. Eerst nog gebakken bananen gekregen. Erg lekker, want zelfs een kraai die komt aangevlogen pikt er eentje mee. Het wordt wachten op de vliegende honden, eten (even lekker als deze middag, maar nu met kip) en blijven wachten. De dieren laten zich echter niet zien. Blijkbaar hebben ze een andere rustplaats uitgekozen. Niet moeilijk blijkt achteraf. Op enkele bootjes in de omgeving wordt loeiharde partymuziek opgezet met bijbehorende kleurenspots. Wij vragen aan de kapitein om onze boot ergens anders te ankeren, kwestie om de nachtrust toch ietwat te kunnen verzekeren.

De volgende morgen na het ontbijt vertrekken wij naar Pink Beach om te snorkelen. Eerst zien wij heel wat groepen dolfijnen boven water springen. Best leuk, en dan gaan wij op weg naar onze snorkelplaats. Pink Beach is een van de zeven roze stranden op de wereld. De roze kleur wordt veroorzaakt door Foraminiferen die een rood pigment afzetten op de koralen.  Door vermenging van het afgestorven koraal met het zand krijgt het geheel een roze schijn. Het is hier goed snorkelen; het koraal is nog relatief goed en er zwemmen hier heel wat vissen rond. Ik zie hier ook een pijlstaartrog en een blauw gepigmenteerde rog. Niet moeilijk: wij zitten hier in de koraal driehoek. Wij verlaten nu de site en gaan op weg naar een plek waar wij manta’s kunnen spotten en inderdaad, na een tijdje zien wij er tientallen. Jammer dat de batterij van mijn camera intussen leeg is. Het is de soort Manta alfredi, waarvan de individuen tussen 3 tot 3,5 meter groot zijn. Het is niet de grootste soort, maar het is wel indrukwekkend om tussen die grote dieren te zwemmen. Na de lunch (weer erg lekker) is de volgende stop het Kanawa-eiland. Het wordt voorgesteld als paradijselijk, maar dat is op het gebied van de koralen veel minder. Deze zijn op sterven na dood. Wel zwemmen er nog heel wat vissen Ook zien wij heel wat zeesterren van de soort protoreaster nodosus en verder naar het strand toe komen wij in de zone van de zeegrassen terecht. Ook hier zwemmen er nog vissen. En ineens zien wij een zeeslang over de bodem kruipen. Deze is zwart wit gebandeerd en is waarschijnlijk de ringstaartplatstaart, Lauticauda colubrina, een zeer giftige doch niet agressieve slang. Wij varen nu verder naar Palau Bidadari. Dit eiland is het dichtst gelegen bij Labuan Bajo. Hier zie ik nog enkele fregatvogels. De koralen zijn langs de ene zijde volledig afgestorven, maar ietwat verder zit er gelukkig nog leven in. Wij snorkelen hier nog een uurtje, maar dan wordt het onherroepelijk terug naar Labuan Bajo. Eerst nogmaals gebakken bananen gekregen voor wij in de haven aanmeren. Wij nemen afscheid van onze reisgezellen en keren terug naar onze logies Komodo lodge. ’s Avonds gaan wij nog eens lekker eten in Le Pirate, blijkbaar een verzamelplaats van de betere backpacker, en dan in de donker terug naar de Komodo Lodge. Morgen gaan wij het binnenland verkennen.

marc


2 Comments

LABUAN BAJO

1 november 2016. Na het ontbijt rijden wij naar de luchthaven Ngurah Rai in Denpansar. Het wordt nog eventjes wachten op de vlucht van NAM AIR IN668 van 10u 05. Om 11u 05 landen wij op tijd op de Komodo airport in Labuan Bajo. Wij logeren hier in de Komodo Lodge en ze komen ons ophalen aan de luchthaven. Wij betalen voor de overnachting 450.000 IRP, ontbijt incluis. Een pak meer dan wij normaliter betalen, maar naar Europese normen nog steeds goedkoop en de kamer is wel ok. Best leuk, want het is hier spitsroeden lopen tussen de taxichauffeurs. Het wordt eventjes wachten voor de kamer vrijkomt en dan trekken wij de stad in. Hoewel stad is veel gezegd. Veel stelt Labuan Bajo echt niet voor. Maar vandaag gaan wij onderhandelen om een gunstige prijs te krijgen voor een boottrip naar Komodo met onderweg nog eens snorkelen om manta’s te spotten. En wij willen ook door Flores rijden, van Labuan Bajo naar Maumere. Na eens overal polshoogte genomen te hebben kiezen wij voor een boottocht van 2 dagen met overnachting aan dek. Wij betalen hiervoor 725.000 IRP per persoon, wat ons een mooie deal lijkt. Voor hetzelfde hadden wij ook prijzen van 1.300.000 IRP. Hopelijk valt alles mee.  Wij leggen ook de overnachting vast voor 4 november in de Komodo lodge. Zo hebben wij een overnachtingsplaats als wij hier rond 17u aankomen en de volgende dag het binnenland gaan verkennen. Nu nog even zoeken naar een goede prijs/kwaliteitsverhouding voor de auto. De prijs die wij eerst horen voor de toer bedraagt 5.000.000 IRP, maar na verder zoeken en afdingen komen wij een prijs van 3.500.000 IRP overeen. Hopelijk is dat een goede zaak en kunnen wij op 5 november vertrekken. Op 9 november hopen wij in Maumere te zijn. Aangezien wij nog enkele dagen voor zitten op ons schema, denk ik eraan om nog een drietal dagen op West-Timor door te brengen vooraleer naar Jakarta af te reizen. Wij drinken nog een biertje op het terras van het Green Hill restaurant met uitzicht over de haven. Gezien het mooie uitzicht op de haven en de eilanden ervoor blijven wij hier ook nog eten: gegrilde scampi’s. Lekker bij een ondergaande zon.

marc


2 Comments

LAATSTE DAG IN BALI

Maandag 31 oktober 2016. Gisteren hebben wij even de promenade in Sanur afgelopen. Het is behoorlijk warm, maar in de schaduw onder een boom valt alles nogal mee. In de verte zien wij de golfslag op een rif voor de kust en heel wat verder, 35 km om juist te zijn, ligt Lombok. Hier ligt de beroemde Wallace Line, de lijn die door Alfred Russel Wallace in 1859 werd vastgelegd. Het verdeelt de ecozones van Azie en Australie, maar dan uitsluitend op fauna gebied. Tijdens de laatste ijstijd lag het zeeniveau 110 m lager dan vandaag. Bali maakte toentertijd deel uit van Sunda, het gebied dat boven zeeniveau lag en dat bestond uit Indochina, Malakka, Borneo, Sumatra en Java. Het werd door de zee gescheiden van Sahul, dat hoofdzakelijk bestond uit Australie en Nieuw-Guinea. Door de zee konden zoogdieren (met uitzondering van sommige vleermuizen) en vogels (buiten zeevogels) niet van het ene gebied naar het andere komen. Zo is het ook te begrijpen dat op Bali tijgers voorkwamen. De Balinese tijger (Panthera tigris balica) is echter sinds 1937 uitgestorven. Deze lijn loopt ook tussen Sulawesi en Borneo. Nog eventjes mijmeren bij deze lijn. Wallace is misschien minder bekend dan Darwin, maar zijn inzichten waren minstens even groot en hij heeft ook op hetzelfde moment als Darwin de evolutietheorie ontdekt. De rest van de dag wordt echt luieren, een biertje drinken, een ijsje eten en dan ’s avonds ons eens laten gaan. Een schotel van gegrilleerde krab, tonijn en langoest. Best lekker en de prijs, 851.000 IRP (een 60 euro) voor ons beiden met een grote fles bier incluis, valt zeer zeker mee naar Europese normen.

Vandaag hebben wij na het ontbijt nog even een wandeling naar het strand gemaakt. Best leuk en nog even een fruitsapje en colaatje gedronken aan een strandbar. Hier zitten veel oudere toeristen, voornamelijk heel dikke Australiers. Ik heb mij een hoedje en zonnebril gekocht, want overmorgen gaan wij met een boot naar de Komodovaranen kijken en de zon is hier echt ongenadig. Nadine kocht zich 2 kleedjes. Ergens onderweg heb ik gelezen dat indien de vrouw wou gaan shoppen, de man onderhouden werd aan een ”Husband Day Care Centre”.  Het enige dat hier betaald moest worden waren het eten en de drank. (En de uitgaven van de vrouw in kwestie natuurlijk) Jammer voor mij vertrekken wij nog deze morgen om elf uur.  Een taxi brengt ons naar Timbis Homestay in Kutuh Kuta Selatan op Nusa Dua. Hier zitten wij op een echt rustige locatie. Rond 15 u besluiten wij om de omgeving te verkennen. Even op weg naar de hoofdweg en dan opnieuw een zijstraat in, de zee tegemoet. Wij lopen voorbij een nieuwe tempel uit 2015 en even later krijgen wij het gezelschap van een zwarte hond, kleiner dan de mijne, maar het dier blijft heel trouw volgen of vooroplopen en geregeld kijken waar wij zijn. De reu loopt enkele kilometers met ons mee. Aan de kust wordt een reusachtig immobiliencomplex opgezet door de projectontwikkelaar Tata. Binnen enkele jaren barst het toerisme hier waarschijnlijk uit zijn voegen. Tijdens het afdalen zien wij heel wat nissen in de bergwand waarin grote beelden geplaatst werden. Het uitzicht is hier magnifiek en wij drinken op het strand een biertje. Voor onze trouwe metgezel vraagt Nadine wat water, iets wat het hondje wel op prijs stelt. Wij keren nu alleen terug: een plaatselijke vuilnishoop blijkt net iets belangrijker voor de hond. Nog even een plaatselijke eetgelegenheid bezocht en dan terug, want morgen na het ontbijt om 7 u worden wij naar het vliegveld gevoerd en vliegen wij door naar Labuan Bajo op Flores.

 

marc


2 Comments

OVER TEMPELS, BLAFFENDE HERTEN EN GEOFFERDE MAAGDEN

Zaterdag 29 oktober 2016. Vandaag trekken wij erop uit om verschillende bezienswaardigheden te bezoeken. Daarna hebben wij een taxi naar Sanur besteld waar wij zullen overnachten in Radha Home stay. Deze keer zit de auto vol: een Mexicaan, een Panamese en een koppel uit Brazilie vergezellen ons. De eerste stopplaats is het heilige apenbos in Sangeh. Dit is het grootste en eerste apenbos dat als toeristische attractie in Bali werd opengesteld. Het beslaat zo’n 13.968 ha van homogeen pala woud bestaande uit reuzenhoge bomen. Diptocarpus retusus die een hoogte van 20 tot 30 meter bereiken. Maar ook de nootmuskaatboom, Myristica fragens, groeit hier abundant en vormt een heus bos ronde de tempel Bukit Sari, die hier in de zeventiende eeuw gebouwd werd door de Mengwi koning, Agung Ketut Karangasem, de zoon van I Gusti Agung Made Agung. Pura Pacak sari is de grootste van de vier tempels hier. De anderen zijn: Pura Melanting, Pura Tirta en Pura Anyar. De langstaartmakaken (Macaca fascicularis fascicularis) zijn hier vrij tam en worden door sommigen pindanoten gevoerd (anders dan in Ubud, waar ze dol zijn op bananen). Het is hier soms wel opletten geblazen: de reactie om op zo’n diertje zijn staart te lopen of een schop uit te delen zijn niet te overzien, zeker niet als het een alfamannetje betreft. En er lopen hier minstens 700 stuks van rond. Daarna wordt het even winkeltjes langlopen. En het zijn er heel wat, die gelukkig nog niet allemaal open zijn. Overal worden wij naar binnen geroepen. Maar doorstappen is de boodschap. Wij terug de auto in en dan op weg naar onze volgende bestemming, naar het op 1200 m hoge gelegen Bratanmeer waar wij de tempel Pura Ulun Danu bezoeken. Danau Bratan is een kratermeer van de uitgedoofde vulkaan Gunung Bratan. De tempel zelf werd gebouwd in 1633 en is gewijd aan de godin Dewi Danu, de godin van het Balinese water, rivieren en meren. De tempels zelf geven een illusie dat ze drijven op het water. De toegangsprijs bedraagt hier 50.000 IRP. Eerst lopen wij voorbij een grote waringinboom en een stoepa. Hierna zien wij de meru’s van de tempels in volle glorie: de grootste met elf dakniveau’s met riet en de andere heeft er drie. In de grootste heeft juist een begrafenis ceremonie plaats. Nadien gaan de deelnemers het meegebrachte voedsel opeten. De andere offergaven (niet eetbaar) blijven achter. Aan de oever van het meer zie ik ook nog een koppel Ardeola speciosa, de Javaanse ralreiger. Nog enkel foto’s van bloemen getrokken. En dan terug. In een kooi zie ik enkele Indische muntjaks zitten (Muntiacus muntjak), bij ons ook gekend als het blaffend hert. Wij rijden nu verder naar een eetgelegenheid aan rijstvelden in Uma Luang. Die zijn echter veel minder spectaculair dan de eerste die wij zagen. Hetgeen niet gezegd kan worden over de prijslijst, die aan de hoge kant was. De volgende stop is aan een koffieplantage, waar opnieuw luwakkoffie verkocht wordt. Weer de uitleg gehoord, maar hier verneem ik ook dat de vruchten die ik gekocht heb kallisem zouden heten. In ieder geval vind ik hierover niets terug. Nog even van de verschillende koffies geproefd en dan begint het opeens te gieten. Met een paraplu blijven wij nog enigszins droog en wij rijden de regenbui voor, op weg naar de Pura Taman Ayun in Mengwi, waar wij 20.000 IRP betalen voor een ticket. Deze tempel was de belangrijkste van het Mengwi koninkrijk en dateert uit 1634. Het complex is omringd door een gracht en een muur. En bevat een aantal meru’s op een rij: de eerste met twee rieten daken, vervolgens met 3, 5, 7, 9, 11, vervolgens met 9 en dan nog 2 met elf dakconstructies. Onder een grijze hemel gaan wij dan op weg naar onze laatste locatie: de Tanah Lot tempel aan de zee. Tanah lot betekent dan ook “land in zee”. Hier betalen wij het duurste toegangsticket, 60.000 IRP per persoon (Een kleine 4 euro), maar het uitzicht is dan ook spectaculair en adembenemend mooi. De parking is er dan ook naar: heel erg groot. Eerst zien wij de Batu Bolong tempel. Bolong betekent uitgehold, dus deze tempel staat op een natuurlijke brug in de zee. Volgens de plaatselijke overlevering zouden hier vroeger maagden geofferd zijn door ze van de klif in de zee te gooien. De tempels staat dan ook voor heiligheid. Daarna gaan wij op weg naar de Tanah Lot tempel. Deze tempel wordt bij vloed volledig door water omringt. Hij werd gebouwd doordat Dang Hyang Batu Bolong, een brahmaanse monnik die hier verbleef, onder de indruk was van de schoonheid van de locatie, en aan de plaatselijke vissers vroeg om hier een tempel te bouwen ter aanbidding van de Balinese zeegoden. Maar de regengoden zitten hier niet mee en het begint te regenen. Even schuilen dan maar en dan terug naar de auto. Om 16u 15 zetten wij dan weer aan op weg naar Ubud. Onderweg zien wij de bui al hangen en inderdaad, het begint te gieten. De weg verandert in een kolkend riviertje, wij rijden verder met water tot aan de velgen. Maar gelukkig duurt de regen niet zo lang en wanneer wij om 17u 30 Ubud binnenrijden is er van regen al geen sprake meer. Vanwege het heel drukke verkeer worden wij op de hoofdbaan afgezet. Wij gaan te voet verder naar Bens Homestay, nemen afscheid en stappen de taxi in die al klaar staat en ons naar Sanur zal brengen. De jonge chauffeur is heel vriendelijk en vertelt ons nog over typische Balinese gebruiken. Onderweg nog een flinke regenbui gehad, maar even later worden wij keurig afgezet aan Radha Homestay. Morgen gaan wij even een dagje niksen aan de zee. Hopelijk zonder mij te vervelen.

marc


1 Comment

OVER PURA BESAKIH, PENGLIPURAN EN ANDERE LEUKE BEZIENSWAARDIGHEDEN

Vrijdag 28 oktober 2016. Vandaag hebben wij een groepstour geboekt. Dat is heel wat goedkoper dan een privetoer. Zo hoeven wij slecht 200.000 IRP te betalen. Hoewel groepstour: wij zijn de enigen. Onze chauffeur wil enkele wijzigingen aanbrengen en wij komen tot een overeenkomst. Onze eerste stop is terug een crematieceremonie. Hier echter een witte stier. Blijkt dat een witte stier gebruikt wordt voor heilige of belangrijke personen, zoals priesters. De tweede stop is dan wel een officiele: een koffieplantage. Leuk is dat wij hier verschillende met kruiden gearomatiseerde koffie, thee en chocolade mogen proeven. Uiteraard zijn wij wel zedelijk verplicht om hier iets te kopen. De luwak koffie staat hier wel 50.000 IRP, enkel om te proeven. In Sumatra was dit slechts 20.000 IRP, gelukkig voor ons. Wij lopen ook enkel kooien voorbij waar civetkatten in opgesloten zitten en slapen. Normaal, want het zijn nocturne dieren. Dan rijden wij verder naar het Baturmeer dat wij vanuit de hoogte kunnen bewonderen. De prijs hiervoor bedraagt 15.000 IRP per persoon, maar het loont de moeite. En aan de rand schittert de 1717 meter Gunung Batur. Onze chauffeur zegt dat hij hem al eens beklommen heeft. Het kostte hem 2 uur. Wij rijden nu verder naar wat voor ons het hoogtepunt van de dag moet worden: Pura Besakih, gelegen op de flanken van de Gunung Agung. Het complex bestaat uit 23 aparte, doch onderling verwante tempels. Volgens onze gids zijn hier 55 tempels te vinden. De tempels zijn opgedragen aan de hindoedrie-eenheid Shiva, Brahma en Vishnu. Shiva zijn kleuren zijn wit en geel, Brahma rood en Vishnu zwart.  Het geheel is indrukwekkend. Er zijn veel familietempels. Deze zijn herkenbaar aan de drie daken boven elkaar. De belangrijke kennen er 7 maar de belangrijkste zelfs 9 en 11. De hoofdtempel, de Pura Penataran Agung, werd gebouwd op 6 verschillende niveau’s. En kan bereikt worden via een imposante candi bentar, de beroemde Balinese “opengesneden” poort. Hierachter bevindt zich de kori agung, welke tot het tweede binnenplein leidt en nog indrukwekkender is. Binnenin staat de moedertempel en de zetels met bijbehorende gekleurde parasols voor de trimurti. Bovenop staat nog een tempel die gewijd is aan boeddha. Het geheel is echt indrukwekkend. Wij kopen hier nog wat fruit: slangenvruchten en een lokale vrucht die ik niet ken. Het lijkt ietwat op druiven, maar bevat een centrale pit en heeft een dikker vel. De kleur is paars, zoals bij sommige druiven. Hierna verlaten wij het complex om door te rijden naar een traditioneel dorp, Penglipuran. Best leuk om te zien en alle poortjes van huizen staan open, waarbij meestal de bewoner je naar binnen roept. Uiteraard om je iets te verkopen. Wij gaan hier niet op in, maar de bewoners blijven vriendelijk. Bovenaan is een pleintje met een tempel. Verder ligt het bamboebos. Wij gaan nu naar beneden en bereiken nu de Taman Pahlawan. De tuin der helden. Hier staat een pareltje van een tempel. Fototijd dus, levert best aardige plaatjes op. Hierna vertrekken wij terug naar onze Bens Homestay. Wij besluiten om morgen nog een tour te maken naar een koninklijk paleis met nog een reeks bijkomende bezienswaardigheden. Dit zou duren tot ongeveer 17 uur en hierna nemen wij privevervoer naar Sanur, een stadje aan de kust. Even nog naar ons vertrouwd restaurant Dian en dan terug. Morgenvroeg wordt het dan koffers pakken.

 

marc