marcinindonesia


2 Comments

VAN BAJAWA NAAR MONI

Zondag 06 november 2016. Vandaag vertrekken wij naar Moni. Bagage in de auto geladen en even voor acht uur vertrekken wij. Onderweg zien wij veel lokale mensen op stap in hun beste kledij. Hier wordt de misviering nog ernstig genomen. De kerken zitten dan ook tijdens de misviering afgeladen vol. Overal zien wij de witte bladeren van de cashewnotenbomen. In de dorpen zien wij nog geregeld huisjes en poppen in het midden van daken van sommige huizen staan. De traditie leeft hier nog sterk. Wij rijden verder en in Boawae ik zie een grote kerk met een blauw dak. Hier stoppen wij en trek ik enkele foto’s. De kerkdeuren staan wagenwijd open en uit de kerk klinkt gezang. Ook deze grote kerk, die een jaar geleden gebouwd werd, zit barstensvol. Terwijl het koor vooraan zingt deelt de priester en een aantal nonnen de communie uit. Wij rijden nu verder en bereiken de zee. Hier eventjes gestopt waar wij even aan een lookout verpozen. Prachtig uitzicht over de baai in de Savu zee en het Ende eiland. Nogmaals de auto ingestapt en opeens wordt het strand bleekblauw. Wij zitten nu ter hoogte van Nangaroro. Het zijn de keien die blauw gekleurd zijn. Ik denk dat hier een koperader in de rotsen zit. Een keitje meegenomen als souvenir moet kunnen. Wij beginnen nu Ende te naderen en wat opvalt is dat in deze kustdorpen overal moskeeen staan. De bevolking zou hier voor de helft i=uit moslims, voor de andere helft uit katholieken bestaan. Beide gemeenschappen leven vreedzaam met elkaar en er zijn zelfs interreligieuze huwelijken. Eindelijk bereiken wij om 12u 30 Mona, waar wij lunchen. Daarna trekken wij weer het binnenland in. De omgeving wordt echt prachtig en de lucht heel dreigend grijs. En even later is het prijs: de hemelsluizen zetten zich wagenwijd open. Gelukkig duren de buien hier niet zo lang: tropische buien zijn meestal heel intens, maar kort van duur. In Nduaria stoppen wij aan de lokale markt waar wij wat fruit kopen. Fruit wordt hier niet gewogen maar per stapeltje van vier (of meer) verkocht. Wij kopen wat mandarientjes en een lokale vrucht, die bij doorsnijden een heel lekkere passievrucht blijkt te zijn. Intussen trek ik wat foto’s van de omgeving en de mensen. Vanaf nu zetten wij de eindsprint in. Moni ligt niet zo ver meer. Daar aangekomen stoppen wij bij Rice Field Guest House. Hier krijgen wij een kamer voor 250.000 IRP. Wij bezoeken even later Moni. Alles is hier op het toerisme afgestemd, dus overal overnachtingsgelegenheden en restaurants. Maar even verwijderd van de hoofdbaan ligt de oude dorpskern. Die is nog echt authentiek. Hier komen ook twee cirkels met in het midden stenen voor. Als afsluiter van de dag gaan wij eten in Mopi’s Place. Hier zitten nog wat rastamannen Arrack te drinken en ook Rino, onze chauffeur zit erbij maar hij drinkt koffie. De kaart is hier wel beperkt en het eten ietwat flets en te weinig gekookt, maar het bier is fris. Even later gaan wij slapen want morgen moeten wij om 4 u op om het drie kleuren kratermeer te bezoeken.

marc


1 Comment

OVER WAWO MUDA, LUBA EN BENA

Zaterdag 5 november 2016. Vandaag vertrekken wij om 7u 30 naar het dorp Watumeze, waar wij de auto voor de kerk parkeren en dan te voet verder gaan. Eerst langs een wandelwegje tussen de huizen en verder door bamboebossen en een deel gemengd bos. Maar vrij snel lopen wij tussen de koffieplantages. Het is de ganse tijd klimmen. Wij komen nu op een bredere aardeweg terecht die enkel door ojeks gebruikt wordt. Gelukkig lopen wij in de schaduw van de bomen die tussen de koffieboompjes staan. Ook bananenbomen zomen soms de weg af. Af en toe zien wij de machtige Gunung Inerie en met beneden in de vallei Bajawa liggen. Geregeld moeten wij opzij voor de ojeks en de mensen zijn hier oprecht vriendelijk en zeggen zonder uitzondering goeiedag. Na een tijdje klimmen wij boven de koffieplantages uit. Hier wordt het landschap opener en wordt geregeld afgewisseld met open bosjes. Wij lopen verder langs kraterranden. In de uitgedoofde kraters wordt aan landbouw gedaan. Onderweg zie ik ook nog orchideeen in bloei langs de wegkant. De lucht is hier van prima kwaliteit, want er groeit ook baardmos (Usnea sp.)  op de bomen. Het wordt verder klimmen, maar uiteindelijk bereiken wij de top van de 1753 meter hoge Wawo Muda. Wawo Muda is de laatste vulkaan die in Flores explodeerde in 2001. In de diepte zien wij een geelbruin gekleurd kratermeertje. Gezien het regenseizoen nog niet ingezet is, is het eerder klein. Wij keren nu op onze stappen terug en keren terug naar Watumeze. Wij vertrekken nu rijden door Bajawa, en rijden verder naar Luba, een traditioneel dorp. Wij betalen hier 30.000 IRP voor ons beiden en kunnen dan het dorp bezichtigen. Luba ligt aan de voet van de vulkaan Gunung Inerie. Er leven hier vijf clans, welke vertegenwoordigd worden door de 5 mannelijke parasols, de ngadhu en de 5 vrouwelijke huisjes, de bgada. Mannen en vrouwen hadden vroeger hun eigen huizen. Deze worden gekenmerkt door een mannelijke pop op het dak of een vrouwelijk huis met een klein huisje op het da. Het geheel straalt authenticiteit uit en de traditionele huizen worden nog bewoond. De bewoners hebben er geen moeite mee om gefotografeerd te worden. Oudere vrouwen hebben vaak bruinrode tanden en hun lippen zijn rood gekleurd door het kauwen op de noten van de betelpalm. Nadien rijden wij verder naar het nabije dorp Bena. Dit dorp is indrukwekkender en groter dan Luba, maar het is ook meer commercieel. Het is het meest bekende in het Ngada-district. Het bestaat uit negen clans. Het dorp bestaat uit twee parallelle rijen van hoog opgebouwde rieten daken. Het bezit een impressionante megalithische formatie, welke de verbinding met de voorouders vormt. Het dorp is op een heuvel gebouwd en op het einde staat er nog een nieuw traditioneel huis. Het werd op 14 dagen tijd gebouwd. Hier helpt iedereen van de gemeenschap bij het bouwen van een huis. Geen wonder dat het vlug gaat. Wij rijden nu terug naar Bajawa voor de lunch en een korte middagpauze. Twee hevige regenbuien krijgen wij er op de koop toe gratis bij. Om 16u 30 vertrekken wij echter, onder de laatste regen van de tweede bui, naar de hot Springs. Onderweg zien wij de lucht terug opklaren en twee regenbogen verschijnen. Onze chauffeur is er dol op. Even later bereiken wij dan het Air Panas Malange, de warme bronnen. In een ronde poel komt warm water uit de grond. De poel loopt verder door als een riviertje en even later vermengt het warme water zich met een ander, kouder beekje. Veel locals komen het Air Panas Malange bezoeken. Best leuk om eens te zien, maar ook niet meer. Bij een ondergaande zon rijden wij dan terug naar Bajawa. Morgen trekken wij verder.

marc


2 Comments

OVER SPINNENWEBRIJSTVELDEN TE FLORES

Vrijdag 4 november 2016. Onze chauffeur met wagen wacht ons even voor acht uur op aan de Komodo lodge. Leuk, nu hoeven wij niet met pak en zak naar het boekingsbureau gaan. De wagen volgeladen en weg zijn wij. Eerst gaat het richting Ruteng. Het weer is zonnig en de weg ligt er goed bij. Wat hier opvalt is dat alles hier zo groen is. De grot met de Floresman kan ik echter niet bezoeken. De weg erheen ligt er te slecht bij en is niet doenbaar met een gewone auto. Wel stoppen wij onderweg in Cancar waar wij de Lingko Spinnenweb rijstvelden gaan bezoeken. Eerst moeten wij 15.000 IRP betalen en dan via trapjes op om de rijstvelden te kunnen overzien. Het is echt mooi en speciaal. Zoiets had ik nog nooit gezien. Wij rijden nu verder naar Ruteng waar ik mijn Flores hobbit mis, maar waar wij een lunchpauze inlassen. Wij bestellen hier een capcay, best lekker. Weer de auto ingedoken en weer de bergen in. Wij rijden naar het Ranamese kratermeer, dat wij enkel uit de hoogte bekijken. Een betonnen schutting is opgericht, maar dat wordt door de lokale bewoners als openbaar urinoir gebruikt. De geur doet mij denken aan de laatste dagen van de Gentse Feesten in vroegere tijden. Maar het uitzicht maakt het ietwat goed. Om bij het kratermeer te komen dient er 100.000 IRP per persoon opgehoest te worden, iets wat onze chauffeur overdreven veel vindt. Wij beamen dat en rijden door. Wij gaan immers nog veel mooiere kratermeren bezichtigen. Onze chauffeur heeft een boekje bij: Flores. A glimpse of the People and Culture by Christiane Moser. (ISBN 978-3-9523834-0-7) dat best interessant is. Wij rijden nu verder door bosrijk bergachtig gebied met veel haarspeldbochten naar Borong dat aan de kust ligt. Nu gaat het weer het binnenland in, met weerom veel haarspeldbochten naar Aimere. Hier stoppen wij bij een arrack distillerij. Dit goedje wordt gemaakt van het gefermenteerde sap van bloemen van kokospalmen. Wij proeven drie variaties: eenmaal, tweemaal en driemaal gedistilleerd. Best lekker. Het proces doet heel primitief aan, maar het werkt. De gefermenteerde drank wordt in een zak in een oven gehouden. De stoom wordt via een lange bamboestengel afgekoeld en het distillaat druppelt in een plastiek bus. Wij kopen een 600 ml flesje  van de beste kwaliteit voor 100.000 IRP. Nu wordt het steil klimmen naar het op 1100 meter gelegen Bajawa, waar wij zullen overnachten. Het is stillaan donker aan het worden en geregeld zien wij nog op de baan vol met haarspeldbochten de baai van Mbalata Beach en de dreigende vulkaankegel van de Gunung Inerie. Even voor het volledige duister rijden wij om 18u Bajawa binnen. Hier overnachten wij in het hotel Bintang Wisata. Anders dan de naam laat vermoeden hebben zij hier geen Bintang (het Indonesisch bier), maar geen probleem: ik neem een flesje mee uit het restaurant Lucas, waar wij dineren en waar onze chauffeur ons brengt, gezien de straten hier bijna niet verlicht zijn.

marc